verhalenarchief

zondag 25 augustus 2013

Reisje naar de Gers.


De meteo belooft tot in het weekend mooi warm weer en dus gaan we, zoals aangekondigd, met de camper op pad om de Gers eens van dichtbij te bekijken.
Rustig aan sukkelend langs des heeren wegen kom je daar langs hele grote uitgestrekte landerijen waar de oogst ook nog maar net van het land gehaald is. De weggetjes zijn daar net zo eenzaam en verlaten als bij ons in de Ariége en ook net zo smal. Maar op een enkele tractor na kom je daar ook bijna niemand tegen dus de smalle weg levert geen problemen op. Campers zie je daar niet, zodat we daar ook geen last van hebben.

 De dorpjes, vaak versterkte plaatsen, zijn pittoresk en de oude kathedralen zijn, volgens de boekjes, voor de liefhebber bezichtigingwaardig.  Wij hebben meer belang bij mooie natuur, daar is het minder warm als in de zinderend hete dorpjes.

 De eerste stop voor de nacht is al na zo’n 100 kilometer in Gimont. Daar, aan een meertje en een riviertje met een klaterende waterval vinden we, samen met nog tientallen campers, een mooie plek om de camper neer te zetten. Mijn pogingen om in het dorp om half zes al iets te eten te vinden lopen op niets uit, de restaurants gaan niet voor zeven uur open. We hebben al zin en willen niet zolang wachten en dus slaat Diny zelf aan het kokkerellen. Ook prima.
Voor een goede spijsvertering maken we naderhand nog een fietstochtje door de omgeving.
 De volgende dag vervolgen we onze omzwervingen door de Gers. We stoppen onderweg bij een mooi dorpje waar héél veel auto’s geparkeerd staan en waar dus vast wat te doen moet zijn. Dat willen we zien, temeer omdat ook een brocante wordt beloofd. Op de mooie camperplaats is nog plek zat, dus hebben we geen last van al die geparkeerde auto’s voor het vinden van een plekje. Wonderlijk genoeg durft daar niemand een personenauto te parkeren.

 Op de boerenmarkt die daar ook gaande is vindt Diny toch wel enige zaken naar haar gading, Bij een standje met biologische zeepjes slaat ze wat in en ze vindt bij een ander kraampje een mooie lichte zomerbroek. Ze had me al gewaarschuwd: we kunnen er wel naar toe gaan, maar het gaat je geld kosten. En zo geschiedde.

Een brocante vinden we trouwens niet en waar al die mensen gebleven zijn is ons ook een raadsel. Misschien is er verderop nog wel meer te doen, maar wij vinden het zo ook al prachtig en laten de markt en de honderden gedekte tafels die op eters staan te wachten achter ons en vervolgen onze reis.
 Aan het eind van de middag zoeken en vinden we een plek bij een wijnboer in de Armagnac streek. We willen die beroemde armagnac wel eens op de plaats van productie proeven. Voor de onwetenden onder u: armagnac is een drank die je kunt vergelijken met cognac. Eigenlijk is het hetzelfde drankje maar omdat het in de armagnacstreek gedestilleerd wordt mag het geen cognac heten. Dat willen ze trouwens ook niet.

We hebben de indruk dat het goed gaat (of goed gegaan is) met de armagnac verkoop. De wijnboerderijen zien er welvarend en opgeruimd uit en de druivenvelden staan er keurig bij. Dat zie je wel eens anders.

 Ook zien we onderweg borden met reclame voor een wijn die Floc wordt genoemd. Daar hebben we nog nooit van gehoord en dus moet ook dat geproefd worden. Die Floc blijkt een lekkere aperitiefwijn te zijn die in wit en in rood verkrijgbaar is. De naam Floc is volgens de wijnboerin een patois-woord voor fleur: bloem. Mooi om te weten.
We kopen een paar flessen en pakken daarna de fiets om de omgeving te verkennen. Onderweg moeten we nog aan het eind van een doodlopende weg de goede weg vragen en het valt ons op dat die madame, net als de wijnmadame zo goed verstaanbaar Frans spreekt. Je zou er haast voor naar de Gers verhuizen.

 Anka heeft het ook naar haar zin op die boerderij want de hofhond is maar al te graag bereid om met haar te spelen.

Vrijdagmorgen worden we wakker en merken dat het buiten grijs is, de zon is niet te zien. 
En omdat we de Gers nu wel gezien hebben, steeds meer van het zelfde, rijden we naar het zuiden om nog een stukje bergen mee te pakken. Dat verveeld mooi.


We rijden via Lourdes en zien daar stroomopwaarts hoe het woeste water in het voorjaar heeft huisgehouden. Alle graafmachines uit de hele omgeving zijn gecharterd om de bedding van de rivier weer in goede staat te brengen. Op de afgekalfde oevers staan veel gebouwen en woningen wankelend op instorten. De kracht van het ontketende water blijkt maar weer onstuitbaar te zijn.
Het eindpunt van die dag is in Gavarnie, een dorpje aan het einde van een lange vallei beneden Lourdes. Daar zijn we al wel vaker geweest, het is het startpunt van een mooie wandeling naar een cirque, het einde van een gletsjerdal waar de bergen komvormig het dal afsluiten. Erg mooi.

 Wij zoeken de plaatselijke camperplaats op waar we tegen betaling van 5 euro mogen overnachten. Die plek is helaas een beetje ver van het dorp, maar het is natuurlijk moeilijk voor een bergdorpje om voldoende parkeerplek te vinden voor die duizenden auto’s die het te verwerken krijgt.

We zijn daar dan ook lang niet de enigen die daar overnachten, het is een bekende en geliefde plek voor de camperisten. De natuur is daar ook buitengewoon prachtig. Een fietstocht zit er daar niet in vanwege de steile wegen en dus maken we een wandeling naar een mariabeeld dat daar ergens in de hoogte zichtbaar is.
 Zaterdagmorgen is het helemaal mis met het weer. Een dikke mist komt op uit het dal opzetten en beneemt ons al het zicht. Meer als 10 meter kun je niet vooruit kijken. Toch wagen we het er op en rijden weer een heel eind die zelfde weg terug om na 20 kilometer rechtsaf te slaan richting col de Tourmalet.

Gelukkig klaart daar het weer wat op en kunnen we bij een lekker zonnetje de klim naar 2115 meter hoge aanvangen. Het is steeds weer een prachtige tocht die nooit verveeld ook al heb je hem al verscheidene keren eerder bereden.

Heel veel fietsers beulen zich af om ook op de top te geraken. De stijgingen tot 8 procent vinden zij blijkbaar een peulenschil. Persoonlijk zou ik er niet aan beginnen, ook al zie je verscheidene fietsers die zo te zien de zestig ook al dubbel en dwars gepasseerd zijn. De helden!

 Na de Tourmalet is het gebeurd met het mooie weer en wordt het steeds mistiger en zelfs regenachtig. Dat was ons zeker niet beloofd door madame meteo.

Maar we rijden door omdat we toch ’s avonds thuis willen zijn. De col d’Aspin, de col dePeyresoudre, de col de Portet d’Aspet, allemaal even mooi maar niet allemaal even goed te zien wegens mist en regen.

Na de col de Tourmalet hebben we nog even enig onophoud. De smalle bergweg is wegens een bergloopevenement geblokkeerd door geparkeerde auto’s links en recht in de berm. Dat geeft niet, ware het niet dat er ook nog stijgend en dalend verkeer langs moet. Zelfs dat is nog niet zo erg, maar als één van die auto’s een wat bredere camper is kom je in de problemen. Maar na een half uur passen en meten zijn we daar ook weer heelhuids door. Als je de camper maar langzaam door laat rollen gaan de andere auto’s vanzelf aan de kant. Al scheelde het soms geen vingerdikte.

 Zo komt er tegen een uur of zes weer een einde aan onze reisavonturen en vinden we huis en haard weer in goede staat terug. En dan lijkt een reisje van drie en een halve dag toch weer een hele tijd.


aantal bezoekers