verhalenarchief

vrijdag 30 mei 2008

belgië, nederland april 2003

April 2003

Vertrek dinsdag april via de N20 naar het noorden. Het is een dag met mooi weer.
’s Avonds om 8.00 uur gestopt in het dorpje Salbris, 20 kilometer boven Vierzon. We zijn van plan op de camping te gaan staan. Als we de camping op willen rijden zien we op een parkeerplaatsje voor de camping een andere camper staan. Daar gaan we naast staan en we hebben een rustige nacht.
De volgende dag weer verder naar het noorden. We zien in het centrum van een volgend dorp, La Motte Beavon, een prachtige parkeerplaats waar meerdere campers staan. Onthouden!
In Orleans gaan we rechtsaf en rijden door Fontainebleau met een grote boog om Parijs heen en gaan in de buurt van Mons naar België. Na te lang zoeken vinden we een geschikte parkeerplaats in Thieu, het dorp dichtbij de wereldberoemde scheepsliften in het canal du Centre.
De volgende morgen fietsen we langs het oude en het nieuwe kanaal om de oude en de nieuwe scheepsliften te bekijken. Een fijn fietstochtje!

Dan gaan we door naar Nederland en gaan op een camping staan in Bunnik. Duur en lawaaierig door de naastgelegen autoweg.
Vrijdag, Diny afgezet in het Hilton hotel in Soestduinen en zelf het luchtvaartmuseum in Soeterberg bekeken. Daarna rustig aan via Doorn en Wageningen naar de Achterhoek.
Na een telefoontje van Wim eerst even in Slangenburg langs om te kijken hoe er het met Marietje is. Ze is van de fiets gevallen en het lijkt niet zo mooi! Daarna naar Barlo alwaar ik overnacht heb op de oprit.
Zaterdagmiddag weer naar Soestduinen om Diny op te pikken en door naar Nijverdal voor het 40-jarig huwelijksfeestje van Annie en Harrie

’s Avonds naar de Slangenburg voor de vaste camperplek. Zondag naar moeder en Jan en Ini,
maandag naar Nijkerk, dinsdag de decoratie van Jan bijgewoond en woensdag weer vertrokken. Via het drukke Duitsland en een puntje zuidlimburg (Vaals) naar België. Over de kleine wegen van de Ardennen tot Stavelot, waar we op een voor campers bestemde parkeerplaats overnachten.


Donderdag naar Marcel voor zijn verjaardag van vrijdag 2 mei. Met z’n vieren en de honden een wandeling gemaakt door de Ardennen met uitzicht op de Maas. Daarna uitgerust met taart.

Zaterdag richting huis via Troyes en Auxerre. Overnacht in Montaigut le blanc, schuin beneden Clermont Ferrant, op een nog niet geopende camping waarvan de poort wel open staat.

Zondag via de autoweg A75 naar het zuiden tot Séverac. Het is een mooie autoweg, erg heuvelachtig met hoogten tot 1100 meter door een mooie streek. Stijgend is het in de 3e versnelling met 70 kilometer per uur. Dan via de N88 richting Toulouse
We zijn weer thuis om half vijf. We vinden het gras kniehoog en de drie overgebleven kipjes opgevreten door de vos.

woensdag 28 mei 2008

Pyreneeën september 2002.

Een korte reis naar de Pyreneeën.

Vrijdag 6 september 2002.

Vertrek ongeveer 10.00 uur richting Foix. Daar via de oostelijke Ariëge-oever tot Bompas. Daar nemen we de route “de Corniches”, een smal kronkelig weggetje door de hier nog niet zo hoge bergen. Via les Cabannes gaan we de stijle weg omhoog naar het mooie en uitgestrekte wandel-en skigebied plateau le Beille.
Daar hebben we een wandeling van een paar uur gemaakt over die hoogvlakte. Als je een goede routekaart hebt kun je er prachtige rondwandelingen maken. Wij lopen een eindweegs een wandelweg na en draaien ons weer om als we het wel bekeken hebben.

Weer dalen weer af naar les Cabannes en draaien het dal van de rivier de Aston in. Een heel smal dalletje met weinig uitwijk mogelijkheden, maar ook heel rustig. We komen maar een enkele keer een auto tegen.
Na het eerste stuwmeer wordt de weg heel slecht maar is nog wel berijdbaar. Dus gaan we door. We zien onderweg nog 2 andere campers staan. Bij het tweede stuwmeer zijn de gaten in de weg zo groot dat we niet verder kunnen. We moeten moeizaam omdraaien, veel ruimte is er niet en we gaan maar weer terug naar beneden.
Overnachten doen we op de parkeerplaats in les Cabannes. Hier is het behoorlijk lawaaierig, onder andere door de oefenende brandweer. Terwijl we later zien dat het op een parkeerplaatsje om de hoek veel rustiger is. Dat merken we dus te laat.

Zaterdagmorgen gaan we weer naar diezelfde route de Corniches en rijden naar Ax les Thermes.
Tanken? Nog lang niet nodig, er komt hier op de N20 zo direct nog wel een tankstation, dacht ik te weten. Veel later onder aan de bergpas bij Hospitalet nog geen benzinepomp gezien!
Nu is het kiezen of delen, naar boven naar Andorra of weer terug naar Ax (40 km). We staan bijna droog. Ik neem de gok en rij verder naar boven, met één oog op de benzinemeter en hopend op een pomp bij pas de la Casa. Het is een prachtige weg naar boven en het mooiste is dat boven aan benzinepompen bij de vleet staan. En het scheelt ook nog 30 eurocent per liter!

We gaan In Andorra stad maar eens winkelen, dat moet wel als je in zon’ belastingvoordelig land bent. Filou blijft voor bewaking alleen achter in de camper.
Fototoestellen kopen is er hier voor ons niet bij. Er zijn er wel honderden te koop in tientallen winkels, maar je moet hier precies weten wat je wilt hebben. Uitgebreid bekijken en prijzen vergelijken is er niet bij, ze staan onbereikbaar voor de klant en de prijzen staan er niet bij.
Je mag ze aanwijzen die je hebben wilt en dan wegwezen.
Een mooie warme jas voor Diny is wel vlug gekocht.

Dan gaan we de grens over naar Spanje. Bij de grens wordt door de douane gevraagd naar sigaretten en drank. Wij hebben buiten de jas niets gekocht, maar daar vraagt hij niet naar. De douaneman wil binnen kijken en wijst een zitting van de bank aan die open moet. Er zit alleen de watertank onder. Dat is het hele onderzoek!
In Spanje trekken over de N 260 richting Sort waar we overnachten op de camping (17 euro). Het is een rustige nacht met regen.
Zondag via de C147 naar Esterri en via de C 1412 over de bergpas Port de la Bonaigua naar Vielha.
De N 230 en De D 618 naar Frankrijk, Bagneres du Luchon, col de Peyresquade tot Arreau. Daar overnacht op de parkeerplaats.

De volgende dag via st Girons naar huis waar Jan Jansen onverwacht op ons wacht.

Normandie. mei 2002

Nederland via de omweg Normandie.

7 mei 2002, 10.00 uur vertrek richting Lezat-Carbonne-Auch. Hier nemen we de N21 richting Agen-Bergerac. Na Bergerac een afsteekweg D709 Mussidan via Ribérac naar Rochebeaucourt. Hier linksaf D939 naar Angoulême. Dan de D10 richting Poitiers. De N10 is ook al grotendeels 4-baans gemaakt. Hierdoor kunnen we soms wel 100 km/h!

's Avonds om 7 uur een overnachtingsplek gevonden in Couhé, in Poitou Charentes. Dit stond ook op de internetuitdraai, het klopt dus. Een groot plein waar soms markt wordt gehouden, een tiental meters boven een riviertje. 's Avonds is het heel zoel en 's nachts regent het pijpenstelen. De hele dag geen zon gezien. We hebben de hele dag van 10 tot 19 uur 465 km gereden, gemiddeld net 50 km/uur.

Na een goede nachtrust om 9 uur weer verder richting Poitiers, waar op een parkeerplaats een grote samenscholing is van campers, en Tours via de N10. Bij le Mans een rondje gereden om het 24-uur circuit en een parkeerplaats gezocht voor de middagpauze. Alle grote parkeerplaatsen zijn afgesloten en dus stoppen we maar op een rustig plekje voor het kerkhof.

Verder via de N 138 Alençon-Sees-Gacé. Dan de D 579 Honfleur richting le Havre. De brug over de Seine is wereldberoemd en ontzettend hoog boven het water en het kost dan ook 5 € tol.
Dan via het centrum van le Havre langs de kustweg naar Etretat. Hier is het bijzonder druk door een of ander evenement en het binnendorp en dus het strand is niet bereikbaar voor onze camper. Huiverig voor smalle straatjes gezien eerdere ervaringen?
Dus doorgereden naar Yport waar we op een saaie parkeerplaats in het dorp hebben overnacht in gezelschap van 3 andere campers.

Een wandeling over het smalle steenstrand onder langs de 100 meter hoog oprijzende krijtrotsen is indrukwekkend. Te dichtbij komen is niet zonder risico omdat er nog wel eens wat van de rotsen afbrokkelt, volgens de borden. Bij het wandelen langs het strand is het opletten of de vloed niet te snel en te hoog opkomt, want de terugweg is dan zomaar afgesloten.

Het gaat de volgende morgen binnendoor via de smalle kustweg naar st. Valery. Deze haven en touristenplaats herbergt opvallend veel campers, er staan er tientallen. Langs een voor campers te smalle weg naar het servicepunt waar water en WC wordt geloost. Watertappen kan alleen maar als er een jeton in de automaat wordt gedeponeerd en die is daar niet te koop.
Bij een plaatsje Veules les Roses, een eindje verderop is een servicepunt en overnachtingsplaats naast de camping municipal. Hier zijn de jetons wel te koop en we vullen het drinkwater bij. Hier blijkt dat een flexibele slang van een meter of 3 bijzonder handig is. Het vullen met een jerrycan duurt te lang waardoor de automaat voortijdig afslaat en je niet de hele hoeveelheid water krijgt. We waren echter nog niet leeg en we krijgen net genoeg.

Verder via de kustweg naar Dieppe en Tréport, waar wel 100 campers staan. Ons toch te veel!
Abbeville, Lillers, Hazebrouck, Ieper en Knokke, we zijn ruimschoots in België. Bij de ingang van het natuurgebied het Zwin is een prachtplaats om te overnachten. Het beroemde Zwin is hermetisch afgesloten met een hek en is te bezoeken van 9 tot 5 uur. Een lange wandeltocht brengt ons uiteindelijk in de duinen en bij de kust. Voor Filou een prachtplek om achter de konijnen aan te rennen.

Zaterdag 11 mei rijden we eindelijk de nederlandse grens over, richting veerboot over de Westerschelde. En hebben we ook eens de stormvloedkering van nabij gezien.
Ook imposant.

Narbonne. maart 2002

Wegens de zeer goede weersverwachtingen van mijnheer Meteo hebben we het plan om naar de Middellandse zee te rijden. Nadat we op vrijdag 22 maart de Aldi en Feu Vert (ruitenwissers) in Pamiers en een ijzerpillenwinkel in Foix hebben bezocht, gaan we bij een zeer zwaar bewolkte lucht oostwaarts Via de al vaker gereden, maar toch nog onbekende D117 naar Lavelanet, Puivert en Quillan. Daar linksaf langs de Aude tot Couiza. Dit is dus vlakbij Rennes le Chateaux, waar we in 2000 geweest zijn.

Via de vele kilometers lange D 613 richting Narbonne. Deze D613, niet groen aangegeven op de kaart, is toch heel verrassend en afwisselend. Middeleeuwse dorpjes, kale hooglanden en, later, veel wijngaarden.
Door Narbonne richting Narbonne plage en Gruissan. Volgens de internetsite zijn daar meerdere camperplaatsen. Dat klopt, dichtbij het strand van Gruissan vinden we er zelfs 2 bij elkaar. Er staan al wel een 25 campers als we om 4 uur aankomen. Hoe zal het 's zomers zijn?
En inmiddels schijnt de zon volop. Een dikke Duitser zit in korte broek en ontbloot bovenlijf voor zijn camper te pronken met zijn bruinheid, dat lijkt mij persoonlijk nog net te koud!


Al om 8.15 uur worden we wakker gemaakt door Filou die het stilliggen zat is. De zon schijnt alweer. En dus kunnen we rustig in de zon zitten, koffie drinken en eten.
Om half elf worden wij ruw gestoord door een Fransman met een gloednieuwe camper die komt vragen of wij accukabels hebben en of wij willen helpen. Het antwoord op beide vragen is ja, maar het mag helaas niet baten. Het kreng wil niet starten.

Dan zoekt hij het maar uit en rijden we maar weg. Ook nog even het dorp door, dat is altijd wel leuk en dan zie je nog eens wat. Ja, ja. De steeds smaller wordende straat wordt nog smaller gemaakt door terrasjes en bijbehorende paaltjes. Het is een éénrichtingsweg, auto's achter ons, links of rechtsaf kan niet wegens de marktkraampjes. Dus doorrijden tot de weg zo smal wordt dat rechts het zonnescherm de muur raakt en er links nog 2 centimeter ruimte is. Ik kan dankzij een portiek nog net het portier openen en uitstappen om in de toekomst te gaan kijken. Het lijkt dat we de bocht net kunnen halen en dat het volgende straatje 10 centimeter breder is.
We halen het! Hoera!

Bij Ayquades hebben we ondanks de straffe wind en de bijbehorende zandstorm toch een uurtje strand gedaan en bij St. Pierre een poos in de zon gezeten op een parkeerplaats en gedineerd. Verder naar Fleury, Lespignan, Serignan.
Bij Agde en le cap d' Agde uitgekeken naar een camperplaats maar niets kunnen vinden. Ook in Séte, waar er volgen de lijst wel één moet zijn, vinden we niets. Een paar campers staan langs de kademuur maar verder is er geen plaats.
Frontignan wordt ook genoemd, iets officieels is er niet te vinden maar er is wel een parkeerplaats aan de haven. Dat kan natuurlijk ook, ook al is er een feestzaal aan de overkant.

's Morgens vroeg, te vroeg worden we gewekt door aanstormende auto's en puffend vertrekkende bootjes. Vissers zijn vroege vogels.

We komen terug op het plan verder naar het oosten te trekken en keren terug richting Narbonne. Het oosten komt later wel eens. We nemen een andere weg, meer landinwaarts. Méze en Marseillan zijn plaatsen waar we door komen. Het is een druivenstreek. De eerste wijnstokken lopen alweer voorzichtig uit. Het is een wonder, de oude kale wijnstokken kunnen zo te zien net zo goed oude dooie stronken zijn.

En dan weer terug naar de kust, naar Valras plage. Op zondag met dit mooie weer is het daar erg druk. Bij de parkeerplaats staat een bord: verboden voor campers op zaterdag en zondag en 's zomers altijd. Er staan 7 campers! Toch een brutaal volkje? Na de koffie weer verder naar Grau de Vendres, een afgelegen haventje waar we een paar uur doorbrengen.

Aan de overkant van de rivier de Aude staan veel campers, misschien staan we daar vanavond ook wel.
In Fleury op een parkeerplaats kunnen we lozen en vullen. Deze mogelijkheden moet je niet te vaak overslaan, zo makkelijk zijn ze niet altijd te vinden.
Die avond staan we inderdaad aan de overkant, wat nu deze kant geworden is. Het is een plek voorbij het dorp aan het begin van een pier en naast het strand. Het is er eerst nog druk maar er blijven 5 campers over voor de nacht en dat is ook wel genoeg.
Het beloofd een stille nacht te worden.
Om een uur of tien wandelen we met z'n drieën langs de waterkant. De wassende maan en de twinkelende sterren geven aan de aanrollende branding een zilveren glans. Op het gerommel van de branding na is het doodstil. Ook die ene visser die met lampjes aan de toppen van de hengels nog een visje probeert te verschalken, zegt niets. Een prachtige wandeling en avond.


Eerst nog even het strand op waarna we vertrekken om 10 uur. Terug naar Fleury - Coursan en Narbonne. Binnendoor langs een mooie D105 door een soort Lauwersmeer waar veel flamingo's in het water staan. Port de la Nouvelle (camperplaats niet gevonden, wel een lozingplaats bij de camping municipal), Leucate, port Leucate met een lozingsplaats aan de doorgaande weg. Port Leucate is een zeer zuidelijk en duur aandoend toeristenplaats, veel is gloednieuw.
In St. Cyprien gezocht naar de camperplaats aan de haven, maar alles schijnt verboden te zijn. Volgens een Franse camperist, die ons aanschiet als we op een parkeerplaats staan te koffiedrinken, mogen we wel op een parkeerplaats in het dorp overnachten. Hij vraagt of we daar blijven staan, hij zoekt ook een plek en wil niet alleen staan. We hebben net afgesproken dat we doorrijden naar Villeneufe de la Raho op een parkeerplaats aan het meer, welke ook op de lijst staat.

De overnachtingplaats in Villeneuve de la Raho blijkt “três calme” te zijn, en de volgende morgen is het weer zonnig.
We kunnen weer buiten de camper ontbijten en de vele aanrijdende trimmers en hondenuitlaters bekijken. Een rondje meer schijnt zeer gelieft te zijn bij de dorpsbewoners.
De Duitse medeovernachter is blij verrast dat hij in zijn mutterssprâche wordt aangesproken. Zij hebben de winter in Spanje doorgebracht en zijn langzamerhand weer op weg naar der Heimat. Zo kan het dus ook.

We vertrekken richting bergen over de D 612 via Thuir naar Ille sur Têt. Hier komen we op de N116 welke weg redelijk mooi en redelijk rustig is. Na een sterke stijging komen we bij Mont-Louis, een middeleeuws ommuurde stad. Binnen de poorten is het echter niet veel bijzonders. De parkeerplaats is echter uitstekend geschikt voor de middagpauze.
Wij komen daar tot het besluit dat we de zelfde dag weer naar huis gaan. En dus gaan we verder over de N116 naar Bourg-Madame bij de Spaanse grens en komen daar op de welbekende N 20.

Bij de beklimming van de col de Puymorens blijkt er boven nog enige sneeuw te liggen. De skipiste is ook nog in gebruik. Als we Filou even door de sneeuw laten banjeren wordt hij helemaal hoteldebotel. De koude sneeuw is een sensatie voor hem en hij buitelt en sneeuwzwemt dat het een lust is. Zijn dag is ook weer goed.
Na het tanken en een afsluitend bezoek aan de Aldi om de nodige voorraden aan te vullen, zijn we om half zeven weer thuis.

Grand Canyon, juni 2002

Deze keer gaan we naar de beroemde kloof bij Verdon. Deze kloof wordt wel de verkleinde uitgave van de Grand Canyon in Amerika genoemd. Als je de folders leest moet ook dit geweldig mooi zijn. Wij zijn benieuwd.
De heenreis naar de gorges du Verdon is helemaal gepland door de routeplanner van de computer. Dit blijkt, op een paar kleine foutjes na, precies te kloppen. Ook zijn er enkele mooie wegen die ik zelf vermoedelijk niet gevonden zou hebben. Dus dat is voor herhaling vatbaar.

We vertrekken op zaterdag 29 juni 2002. De route gaat via Cintegabelle, Villefranche, Revel naar Mazamet, hierna is het een al vaker gereden route N112 naar Saint-Pons. Dan de D908 naar Bédarieux en Clermont. Daarna leidt de route over smalle onbekende wegen via Quissac, Uzés naar Remoulens.
Onderweg zien we de bloeiende lavendelvelden waar de Provence zo beroemd om is. Het is inderdaad een mooi gezicht, die lange rijen lavendelblauwe bloemen. Bij kraampjes langs de weg kun je de lavendelproducten kopen. Flesjes lavendelolie, lavendelzeep, lavendelhoning en nog veel meer. We stoppen even om een verkoopster wat klandizie te gunnen en kopen een paar flesjes lavendelolie. Dat ruikt ook nog lekker.

In Remoulens vinden we een overnachtingplaats die ook is aangegeven op een internetsite voor camperrijders. Het is op een rustige parkeerplaats bij de brug over de Gard, waarvan een deel is gereserveerd voor campers. We staan er 's nachts met drie campers, waarvan er 1 gevuld is met 2 Nederlandse dames en 2 bijpassende hondjes.
De volgende morgen ondernemen we een wandeling naar een eeuwenoude en heel beroemde Romeinse brug Le Pont du Gard.
Dit geweldige bouwwerk uit de Romeinse tijd staat ingeschreven onder het wereldlijke humanistische erfgoed sinds 1985. De Pont du Gard is door de Romeinen gebouwd tussen de jaren 40 en 60 .
Deze brug bestaat uit drie verdiepingen, bovenlangs heeft ooit het drinkwater voor de stad Nîmes gestroomd. Dat deel maakte uit van een uitgebreid en kunstig waterleidingsysteem.
Enige wetenswaardigheden:
Hoogte : 48.77m, Lengte : 275m. De brug telt 52 bogen ; 6 voor het onderste deel, 11voor het middendeel en 35 bogen voor het bovenste deel. Het werd gebouwd in kalksteen, afkomstig van de steengroeven van Vers.
2000 jaar geleden gebouwd onder Keizer Claude , is de Pont du Gard een schitterend bouwkundig monument. Het aquaduct transporteerde ongeveer 20.000m3 water per dag, waardoor Nîmes constant van water werd voorzien. Vanaf de 4e eeuw werd her aquaduct vrijwel niet meer onderhouden met als gevolg dat in de 9e eeuw de kalkaanslag in het aquaduct de watertoevoer volledig stillegde. Een groot deel van de kalkstenen werd vervolgens in gebruik genomen door de bevolking voor persoonlijk gebruik.

Het is een toeristische trekpleister van jewelste die veel bezoekers trekt en daarom zijn aan beide uiteinden grote en vooral dure parkeerplaatsen aangelegd om deze bezoekersstroom op te kunnen vangen. Vandaar onze voettocht! Wi’j bunt zunig.
Het is inderdaad de moeite van het bezoeken waard. Het is een knap stuk Romeinse bouwkunst dat na zoveel eeuwen nog fier overeind staat. Ze konden er wat van, die Romeinen.
De terugtocht is vervelender, het veronderstelde voetpad langs de oever van de rivier blijkt er niet te zijn, zodat we langs de te drukke weg weer naar de camper terug lopen.

We trekken verder naar Avignon. Dit blijkt ook een grote oude vestingstad te zijn met nog intact zijnde verdedigingsmuren. Dit kun je niet zeggen van de beroemde pont d’Avignon, die is bepaald niet meer intact. De helft is ooit verdwenen. Waarom die nou zo beroemd is? Alleen door het versje.
Avignon is een stad in het zuiden van Frankrijk, in het departement Vaucluse. Avignon telt 85.935 inwoners (1999), die Avignonnais worden genoemd .Avignon heeft de bijnamen "Babylon aan de Rhône", en "Provençaalse pausenstad".Het historische centrum is omgeven door een hoge stadsmuur van 4,2 kilometer lang met zeven poorten. Het centrum staat sinds 1995 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Vanaf Avignon is het nog zo'n 130 kilometer naar Moustiers-Sainte-Marie, het eindpunt van de routebeschrijving. Vanaf hier mogen we het weer zelf uitzoeken.
Volgens de kaart is er een route uit te zetten rondom de Grand Canyon du Verdon. We beginnen via de gele zuidelijke bergweg. Die stijgt al vlug tot grote hoogten en slingert zich boven langs de rand van de kloof naar het oosten. Het is een mooie bergweg die echter helaas maar weinig gelegenheid geeft om te parkeren en een blik op de kloof te werpen. We rijden de weg helemaal uit en aan het einde gaan we linksaf en komen langs een bergdorpje genaamd Trigance.
Hier is tot onze verrassing een parkeerplaats met campervoorzieningen. Helaas is de parkeerplaats niet vlak, toch maar eens wielblokken aanschaffen. Daar kun je met twee wielen oprijden zodat de auto wat vlakker komt te staan.
Er staat al 1 andere camper die desgevraagd vertelt dat ook hij blijft overnachten. Volgens een bordje zijn de kosten voor het overnachten en het gebruik van de voorzieningen € 5,00, te incasseren door een zich legitimerende beambte. We hebben hem niet gezien!
Het uitzicht uit de camper is formidabel, er ontbreekt alleen nog maar de volle maan.

De volgende morgen gaan we eerst ons afvalwater lozen en water tanken en we staan even voor een gesloten bakkerswinkel. Daarna maar weer eens hongerig verder.
De weg aan de noordkant van de kloof is aantrekkelijker omdat er veel parkeermogelijkheden zijn waardoor je op mooie plekken de kloof kunt bewonderen. Halverwege is een zijweg, route de Crêtes genaamd, die een prachtige rondrit met mooie uitzichten biedt langs de rand van de kloof.

Teruggekomen op de doorgaande route bij het dorpje la Palud gaan we weer terug naar het oosten. Bij "Point Sublime" gaat een smal wegje naar beneden de kloof in. Aan het doodlopende einde van de weg gaan we te voet een paadje af en lopen naar de rivier. Van hieruit kun je via het langeafstandswandelpad, de GR 4, verder door de kloof lopen, er zijn speciaal donkere tunnels voor uitgehakt in de rotsen. Van onderen gezien zijn de kloofwanden reusachtig hoog.
In het water zijn kanovaarders actief.

We vertrekken van de gorges du Verdon en gaan via diverse met groen aangegeven mooie slingerwegen naar het zuiden en komen bij Fréjus aan de Middellandse zeekust terecht. We kijken daar uit naar een (niet te vinden) camperplaats bij de plezierhaven. We gaan tanken en eten op de parkeerplaats bij het winkelcentrum. Hier is plaats, het is vlak en dat is bij het koken toch wel makkelijk.
De volgende route langs de kust richting St. Maxime is een drukke kustweg waar geen enkele geschikte parkeerplaats is te vinden. Voorbij St.Maxime komen we een onafgebroken file tegen die we volgen tot bij St. Tropez. De vakantiemeute verlaat ’s avonds massaal St. Tropez. Wij slaan echter rechtsaf richting stranden om een overnachtingplaats te vinden.
Bij het strand le bonne Terrasse is een speciale camperplaats, die al grotendeels bezet is door vele campers. Als we het terrein oprijden zitten alle campingcaristen voor hun rijdend kasteel en kijken of ze zeggen willen: wat moet je hier. Het lijkt niet aantrekkelijk om daar tussen te gaan staan.

We zoeken verder en komen bij plage de l'Escargo, wat een vakantiedorp met een haventje lijkt te zijn. Links en rechts van het kruispunt zijn parkeerplaatsen, bij het vlakke linkerdeel staat een verbodsbord voor campers en rechts mag je wel staan maar is het eigenlijk te schuin. (blokken kopen!)
Wij blijven daar toch, in gezelschap van een Duitser die zich al gewoontegetrouw een eigen tuintje ingericht en een eigen territorium afgebakend heeft en een groot Pools gezin dat al voetballend de hele straat in beslag neemt. Het strandje is klein, rotsig en overspoeld met wier. Volgens een informatiebord geeft dat laatste aan dat het water gezond is, maar volgens mij heeft de badgast toch eerder een voorkeur voor schone zandstranden.
We ontdekken een prachtig rotspad dat langs de kust loopt en dat volgen we een eindweegs.

De volgende morgen gaan we weer op weg om St. Tropez te bekijken, het is wereldberoemd nietwaar? Alleen al door zijn gendarmecorps. Direct na de afslag richting het dorp komen we in net zo’n lange file als de vorige avond, die echter nu St. Tropez weer intrekt.
Er valt dus vermoedelijk wat te zien of te beleven. Maar aangezien ik allergies ben voor files slaan wij toch maar snel 2 keer linksaf en komen dus weer op de weg terug het dorp uit. In een dorp dat zo vol met auto's loopt is moeilijk parkeer ruimte te vinden voor een camper. We bekijken de bezienswaardigheden wel op internet! (Ik heb daar gelezen dat er jaarlijks wel 5 miljoen bezoekers komen).

Na St. Tropez leidt de kustweg naar Lavendou, daarna gaan we het binnenland in richting la st.Baume.
Daar bij het klooster staan we een hele poos op de grote lege parkeerplaats en maken een wandeling door de bossen.

Dit oord heeft zijn plaats verdiend in de geschiedenis dankzij de Heilige Maria Magdalena. Haar graf werd hier gevonden in 1279. De basiliek werd aan haar opgedragen en in de crypte worden haar relikwieën bewaard. De basiliek vormt samen met het koninklijk klooster het mooiste gotisch ensemble van het zuidoosten van Frankrijk.

Vandaar onder Aix en Provence langs richting Tarascon. Onderweg proberen we bij Fontvieille het afvalwater te lozen. Helaas is de toegang tot de putjes geblokkeerd door geparkeerde auto's. Een verbodsbord zou hier op z'n plaats zijn.

Bij Tarascon gaan we de Rhônebrug over en rijden langs de Rhône richting zuiden. Omdat die rivier veiligheidshalve helemaal bedijkt is, zien we nergens water stromen. We rijden door tot Salin du Girauld met zijn door ons al eerder bekeken zoutvelden, en gaan via de Camargue naar Ste Maries de la Méres.
Op de parkeerplaats langs de dijk mogen de campers tegen betaling van 5 Euro overnachten en gebruik maken van de loosvoorzieningen. Om negen uur verdwijnt de bewaker/kassier, sluit de loosmogelijkheid en blijft de slagboom open. Dan kun je dus tot de volgende morgen 9 uur gratis overnachten. Om die tijd komt de kassier weer langs om het kaartje voor die dag te verkopen. Wil je dat niet, dan direct wegwezen!

De laatste dag gaan we via Sête, Berziers, Narbonne en Carcassonne terug naar huis.
We hebben weer een prachtig stuk Frankrijk gezien.

Aiglemont, september 2001

We vertrekken op vrijdag de 14e naar Marcel en Sylvie voor hun 1-jarig huwelijksfeest. Dit heugelijk feit willen we beslist meebeleven.
We rijden de 617 km geheel op de N20, dus voor ons geen tolweg met de camper. Dat vinden we jammer van het tolgeld.
Overnachten doen we op de camping municipal in Olivet, dichtbij Orleans. Zo’n eerste dag is het altijd moeilijk om een vrije camperplek te vinden, dus strijken we maar neer op deze camping. Ook natuurlijk jammer van het geld, maar het is niet anders.

Op zaterdag gaan we van Orleans richting Reims. Daar hebben we de wereldberoemde kathedraal bekeken. In deze kathedraal worden traditiegetrouw altijd de franse koningen gekroond. De laatste tijd gebeurt dat nog maar erg weinig. Het is niet bestemd voor presidenten. Parkeren konden we op het plein pal voor de kerk. Wel zo gemakkelijk.
Vandaar even later weer verder door de even beroemde champagnestreek.
We komen mooi op tijd aan in Aiglemont: 18 uur precies.

Na een fijne zondag bij Marcel en Sylvie gaan we maandag weer verder en volgen de kronkelende Maas tot in Verdun waar we een soldatenkerkhof uit de eerste wereldoorlog hebben gezocht maar niet gevonden. De bewijzering deugt niet, of mijn richtingsgevoel wordt minder. Liever gooi ik de schuld op het eerste.

Dan maar zonder oorlogsherdenkingen naar Salins les Bains. Het dorp in de franse Jura waar we op een stille parkeerplaats overnachten.

Dinsdags vervolgen we onze weg door de Jura en de Alpen over met groen aangegeven weggetjes naar het zuiden. En ook dwars door Grenoble, een grote stad met erg veel stoplichten en trams.
Om halfzeven stoppen we vermoeid en hongerig in het dorpje Aspres sur Buech aan de N75. Volgens een inwoner die daar zijn hond uitlaat (en die ook een camper had) staan er elke avond wel enkele campers op de parkeerplaats.

.
De volgende morgen gaan we via de D944, een prachtige weg door de bergen, naar een dorp Nyons. Blijkbaar een geliefd camperdorp, er staan er tientallen op een parkeerplaats langs het water. Verder door de gorges de l’Ardèche, een diepe kloof waar de gelijknamige rivier door stroomt. Prachtige uitzichten in de diepte. De D202, een onverwacht mooi stukje weg, Villefort, Florac, via prachtige bergweggetjes over grote hoogten en diepe dalen. Mooi en afwisselend.
Om 6 uur stoppen we op een rustige parkeerplaats in het dorpje Meyrueis. Voor het slapen gaan nog een wandeling gemaakt naar een verlicht Mariakerkje boven op een rots.

Helaas de bakker heeft zich de volgende morgen verslapen, om 18.30 uur wel klanten voor de deur, maar binnen is alles nog donker. We vertrekken dus zonder vers brood, maar ook met een halfvolle ( of is het halflege?) tank, dus wat kan je gebeuren. Maar als je constant in de tweede versnelling berg op en berg af rijdt en steeds maar geen benzinepomp tegen komt in de afgelegen en onherbergzame streken, besef je weer dat je hier moet tanken als het kan!
Uiteindelijk komen we op een afgelegen plaats toch nog op tijd een pomp tegen.

We rijden ook deze dag weer door de mooiste gebieden en achter elke berg is het weer anders. Omdat we een beetje op tijd thuis willen zijn (kooravond) moeten we toch nog redelijk stug doorrijden. Toch hebben we ons nog verreden en noodgedwongen een omweg gemaakt door de Zwarte Bergen. Om 5 uur zijn we weer thuis en het weer klaart op.

Nederland reis november 2001

Donderdag 15 november
Vertrek naar Nederland voor de jaarlijkse happening " verjaardag oma Ebbers".

Het is nog donker en koud wanneer wij om 7.15 uur vertrekken. We gaan de N20 volgen en de tolwegen vermijden. De rondweg om Toulouse is even na 8.00 uur druk maar filevrij.
We rijden de hele dag door en bereiken Parijs rond 7.00 uur 's avonds. Spitsuur! Zeer druk, ontzettend veel auto's maar alles loopt gesmeerd. Het verkeer rijdt met hoge snelheid rond Parijs.

Na Parijs proberen we via de N17 verder te rijden. Maar door niet goed op de kaart te kijken en dus de goede afslag te missen komen we toch nog voor een tolpoort. Omkeren tussen de pylonen door en weer terug naar de goede afslag. Die is er dus niet vanaf deze kant en dat kost ons veel extra tijd en kilometers. Na toch nog weer op een tolpoort te zijn gestuit (15 franc) vinden we eindelijk de gezochte N17. Na ettelijke kilometers door het stikdonker te hebben gereden komen we door enkele dorpen met lintbebouwing. Er staan veel vrachtwagens langs de kant van de weg geparkeerd voor de nacht, maar een fatsoenlijke plaats voor de camper is niet te vinden.

Om 21.30 uur komen we in een dorp genaamd Roye. Dit dorp heeft een dorpskern en dus ook een parkeerplaats midden in het dorp en daar gaan we eindelijk parkeren. Rust na een lange reisdag.
Het vriest 's nachts en de gastank raakt leeg. Ik word wakker van het geklik van de ontsteking van de kachel. Dan maar dieper onder het dekbed. De volgende morgen eerst de gasflessen verwisseld en om 8.00 verder richting België.
Bij Lille worden we weer ver om de stad heen geleid. Het kan veel korter dwars door de stad, maar dan moet je wel de wegenkaart bij de hand hebben.
Daarna via de Belgische en de Nederlandse autowegen naar de wachtende familie en vrienden.

De terugweg een paar dagen later via dezelfde route en dezelfde overnachtingplaats. Maar door een snel opkomende griep zo snel mogelijk via de tolwegen naar huis.

donderdag 8 mei 2008

Eerste 2-daagse camperreis.

Vertrek zaterdagmorgen 10 maart 2001. De camper is beladen met spullen die we denken nodig te hebben. Het is de eerste keer dat we op pad gaan en we zullen wel merken wat we tekort komen.
Op weg naar Perpignan aan de Middellandse zee! De weerberichten waren goed, maar het weer is slecht.

Het gaat eerst richting Montsegur. De weg daar heeft een steil stukje en dan weten we meteen hoe de camper de heuvels bedwingt. Dat gaat prima. Hierdoor krijg ik nijgingen om de grote(re) rode weg (D117)op de kaart te verlaten en ons op de kleinere gele weggetjes te wagen. Deze leiden altijd door veel mooie gebieden.

Dus bij Bélesta rechtsaf naar het plateau de Sault via een kronkelende en klimmende smalle weg. (D29). Later komen we via de D61 uit boven het dorp Quillan, die we na een steile afdaling bereiken. We volgen de D117 een heel eind tot we er bij St-Paul er genoeg van krijgen en we rechtsaf slaan en via de D7, een smal wit
weggetje op de kaart, weer de heuvels in trekken.

Al klimmend komen we bij plekken met de mooiste vergezichten. De camper kan alle hellingen aan in de tweede versnelling, dus er is nog veel reserve. We komen uit in een rivierdal aan de andere kant van de bergrug bij een plaatsje genaamd Ille-sur-Tète. Net ervoor komen we langs echte western rotsen, van die puntige geërodeerde bergen waar in de films de indianen op staan te turen naar de vijandelijke bleekgezichten.

We steken het dal recht over en trekken via de D618 weer de bergen in. Het is een prachtige route langs een klaterend riviertje.
Het is bijna half zeven als we in een dorpje langs de boulangerie komen en bijna donker, want het is nog wintertijd. We zetten de camper op een dorpspleintje ernaast en bedenken meteen dat we daar wel eens konden blijven overnachten.

Er loopt een man voorbij die er uitziet als een inboorling en we vragen hem of er iemand bezwaar tegen zou kunnen hebben. Volgens hem niet, hij in elk geval niet. We vragen het ook nog even bij de bakker omdat die er naast woont. Niemand maakt bezwaar dus we blijven.
Dus op dat rustige pleintje eten, drinken en lezen we ons de lange avond door en gaan onder het lawaai van de nog steeds kletterende regen slapen. Diny op zolder, ik op de eettafel en de hond in het vooronder, ieder zijn of haar plekje. Diny heeft geluk dat Filou niet bij haar kan komen. Hij komt een paar keer bij me snuffelen om te controleren of ik wel slaap.
De volgende morgen eerst een paar verse broodjes kopen bij de bakker, de hond uitlaten en zo tegen negen uur weer verder. Het is droog , de zon schijnt en het belooft een prachtige dag te worden.
We vervolgen onze route en uitkomende bij Amélie-les Baine zie ik op de kaart een piepklein weggetje (D3) richting Spaanse grens lopen. Die pakken we, we zijn nog nooit in Spanje geweest. Steil, kronkelig en mooi, dat zijn de woorden die er bij passen en daarvoor zijn we ook gekomen.

De grensovergang is ook hier bijna onzichtbaar, allen aan de Spaanse kant wordt de weg breder en gladder.
Het eerste dat opvalt zijn de kurkeiken die hier massaal groeien, de onderkanten van de stammen zijn allemaal berooft van hun schors. De bomen zullen er wel tegen kunnen!

Via deze weg die nu GI 503 heet rijden we naar het oosten en de kaart af die we bij ons hebben. De richting wordt een beetje een gok en het gaat dus ook mis. We komen bij de kust uit op een soort schiereiland vol toeristen en daar permanent wonende rijke huiseigenaren. Na enig zoeken komt het natuurlijk wel weer goed, we vinden een kustweg die hoog door de bergen de goede richting op lijkt te gaan.
Het uitzicht is magnifiek, de hellingen zijn steil en begroeit met bloeiende cactussen en de olijfboomgaarden zijn keurig verzorgd. Al met al zien we dingen die we nog nooit eerder hebben gezien.

Na de afdaling aan de andere kant van de berg komen we in de Spaanse badplaats Llança waar we een poos aan het strand in de warme zon gaan zitten. Om met Diny te spreken: "wie kent mijn kont in Spanje", we zitten hier goed.

Verder al kronkelend langs de kust richting Perpignan, waarna het hoog tijd wordt om op huis aan te gaan.
Het is al weer donker als we moe maar voldaan weer heelhuids thuiskomen.

St Maries de la Mer

2e Reis met de camper, 26 t/m 29 maart 2001

Vertrek dinsdag 26 maart om 10 uur. Via Carcasson over de D5 en D11richting Beziers. Daarna langs een strandweg N112 tussen het bassin de Thau en de Middellandse zee, waar verschillende campersrijders een plekje onder de zon gevonden hebben. Het is stralend mooi weer en we gaan er ook een poosje uit.
Filou vindt het prachtig , speelt met een gevonden stok en schrikt van de aanrollende golfjes.

De route leidt door een plaatsje genaamd Sète, waar ik toevallig net een documentére over heb gezien op de franse televisie. Het is een oud vissersdorpje dat, als ik het goed begrepen heb, vroeger een eiland was net als Urk. Er zijn tegenwoordig meer toeristen dan visser, zo te zien, de jachthaven is groter dan de vissershaven.
De N12 gaat rechtsreeks naar Montpellier en we hebben geen zin om dwars door die stad te rijden. Dus net voor de stad via een gele weg op de kaart rechtsaf naar de D59 wat alweer een strandweg is tussen een meer en de zee.

Via dorpen met de prachtige namen als la Grande-Motte, le Grau-du-Roi en Aigues-Mortes komen we bij de petit Rhône, die kunnen oversteken via een bac (pont) of een brug. We kiezen de brug en komen na enkele kilometers aan in St. Maries-de-la-mer. De petit Rhône is bovendien de grens tussen de Lanquedoc en de Provence.

St. Maries-de-la-mer is een beroemde plaats in Frankrijk, waarvan de legende vertelt dat daar verscheidene Maria's (Maria de moeder van, Maria Magdalena de vrouw van en nog 2 andere mij onbekende Maria's) en dicipelen van Jezus aan land zijn gekomen toen ze wegens vervolging het land Israël moesten verlaten. Ook de Zwarte Madonna, de vermeende dochter van Jezus en Maria Magdalena, was erbij. Deze Zwarte Madonna wordt in St. Maries-de-la-mer nog steeds jaarlijks met veel ceremonie uit zee binnen gehaald.
Het is wegens deze legende dat we deze plaats bezoeken.

We rijden het dorp in en zoeken een plek voor de nacht, het wordt een camping. Deze camping Brise is een grote camping die in het vakantieseizoen ongetwijfeld vol met toeristen zal zitten. Nu is er volop plek voor de enkele tientallen campingcars die er staan! We hebben een compleet terrein voor onszelf.
Als de camper op de plek staat, halen we de fietsen eraf en gaan we naar het dorp. Filou loopt voor de eerste keer aan de lijn naast de fiets, het lijkt net of hij dat al jaren gedaan heeft. We parkeren de fietsen en gaan lopend het dorp in. We kopen ieder een pet tegen de zon, ik een paar sandalen en Diny twee broches van geloof hoop en liefde, het teken dat bij St. Maries-de-la-mer hoort. Diny bezoekt uiteraard de kerk en brandt enkele kaarsjes voor dezen en genen

's Avonds maken we een wandeling langs het strand van de Middellandse zee. Het blijkt dat verderop langs de zandweg die evenwijdig met het strand loopt verscheidene campers zich klaarmaken voor de nacht. In het dorp zelf is het overal verboden voor caravans en campers om 's nachts te blijven staan, zelfs aan het begin van de strandweg staat nog een verbodsbord. Blijkbaar mag het verderop wel of er wordt niet op gelet. Je moet het maar weten.

De volgende morgen vertrekken we tegen 10 uur vanaf de camping en rijden over de kleine gele weggetjes de Camarque in.
Dit is een uitgestrekt water en moerasgebied, de Lauwermeer in het groot. Het is vooral bekend vanwege de duizenden rose flamingo's die daar zijn, het speciale witte paardenras dat daar thuishoort en de zwarte stieren die daar gefokt worden voor de stierenvechterij en voor de slacht natuurlijk.
De hele streek is volop ingericht op het ontvangen van veel toeristen, wat blijkt uit de vele mogelijkheden om al paardrijdend de Camarque binnen te gaan. Overal zie Amerikaans uitziende ranches met wachtende gezadelde paarden en veel restaurants. Nu is het er ontzettend rustig, alleen enkele campers met 50 plussers rijden er rond.

Bij de plaats Salin de Giraud steken we per pont de Rhône over. Het is een brede rivier waar opvallend genoeg geen enkele vorm scheepvaart is te zien. Bij dit dorpje, wordt zoals de naam eigenlijk al aangeeft, zout gewonnen. Dit zout wordt in grote bassins gewonnen door zeewater te laten verdampen door de zonnewarmte.
Dat het veel opbrengt is te zien vanaf een speciaal aangelegde uitkijkpost. Via kilometers lange lopende banden gaat er een constante stroom van zeezout naar de reeds aanwezige enorm grote zoutbergen.

Verder rijdend via de N268 komen we al dicht in de buurt van Marseille. Dit is de tweede plaats van Frankrijk en we hebben ook geen zin om in deze stad verzeild te raken, dus we moeten goed op de kaart letten en een route uitstippelen naar St-Maximim-la-Ste-Baume, waar we vandaag naar toe willen.
Hier schijnt een grot te zijn waar Maria van Magdala aan het einde van haar leven heeft geleefd en gewoond.

Na enkele kleine vergissingen blijken we op de goede weg en komen we in de bedoelde plaats aan. Volgens de carte des etappes campingcars moet er hier ergens een overnachtings mogelijkheid bij een (wijn)boer zijn, maar er staat helaas geen adres bij. Hoe we ook zoeken en vragen bij de VVV, er is niets te vinden.
We parkeren de camper, na toestemming van de eigenaar, op het terrein van een garage en lopen het dorp in. Er staat een grote kerk waar Diny even naar binnen wil om ook hier enige kaarsjes aan te steken.
Voor de Maria Magdalena grot moeten we nog verder naar een plek dat la Ste-Baume heet en dus rijden we weer richting zuiden.

Bij het dorpje Nans les Pins stoppen we bij de camping municipale. Deze camping is open maar nog volop bezig met het voorbereiden op het nieuwe seizoen en dus gromt er de hele avond een krakkemikkige graafmachine. De eigenaar vindt dat ook een beetje te gek en geeft ons een kosteloze overnachting en zo hoort dat!
Tegenover ons staan Nederlanders die, als ze er ten slotte achterkomen dat we, ondanks ons franse kenteken, landgenoten zijn, ons vertellen dat ze in dat dorpje een huis laten bouwen en dat ze met hun zeventig jaren nog lekker in Frankrijk willen gaan wonen. Gelijk hebben ze.

De volgende morgen met de camper op zoek naar de grot. Een mooie weg kronkelt naar boven en na een kilometer of 5 komen we bij een klooster alwaar we de auto parkeren.
Koffie drinken, rugzak op en lopen maar. Het is somber en bewolkt weer, precies het mystieke weer die past bij deze pelgrimstocht en gelukkig is het daardoor ook niet te warm om te klimmen.

Helaas blijk de toegangsweg naar de grot afgesloten te zijn wegens het gevaar van vallende stenen vanaf de hoog oprijzende bergwand erachter. Dus lopen wij door en denken dat er wel een andere toegangsweg zal zijn.

Het pad wordt steeds steiler en ruiger en we klimmen steeds hoger. Tot we boven op de kam van de berg zijn waar we over een met de bekende rood-witte strepen aangegeven LAW (lange afstand wandelpad) lopen. Het is koud boven op de berg en het weer wordt steeds slechter, het begint te hagelen en in de verte dondert en bliksemt het. Net als de hagelbui te erg wordt lopen we tegen een kapelletje op en als we net goed en wel droog binnenzitten barst het onweer in alle hevigheid los. Dat kan geen toeval zijn!

Even later klaart het op, de donderwolken trekken weg en we kunnen zien waar we zijn. We staan op de rand van de bergketen en kunnen honderden meters naar beneden kijken (en vallen als we dat zouden willen). Het is een prachtig gebied.

Maar al met al vinden we geen toegangsweg naar de grot, dus dezelfde weg maar weer terug. Misschien hebben we een pad gemist. We komen weer uit bij de afgesloten toegangsweg en lopen nu door naar beneden. Het is nog een heel eind en we willen vandaag nog naar huis rijden.

We komen via een andere weg weer beneden bij de parkeerplaats en zien daar een groot bord staan waarop we na enige zorgvuldige bestudering uit het Frans kunnen vertalen dat de toegang tot de grot om bovengenoemde reden verboden is en dat we er pas weer in 2002 terecht kunnen. Nou ja, de bergwandeling was ook mooi.

Na een flink bord eigengemaakte bonensoep kunnen we er weer tegen en rijden via een ander bergwegje weer naar beneden. We willen via Arles, de N572, N113 naar Montpellier. Daarna richting Clermont- l' Hérault en over de D908 via Bédarieux, St Pons, Mazamet, Castelnereau, Mazeres weer richting huis.

Maar zo'n 10 kilometer voor St. Pons is het half negen, zijn we moe, wordt het donker en is het weer steeds slechter geworden. De eerste aanduiding van een camping wordt gevolgd en we komen in een klein dorpje waarvan ik niet weet hoe het heet, via een oude smalle brug over de ons begeleidende rivier, op een camping municipale. De poort staat open, het is er donker en er is geen mens te zien. We rijden even rond op zoek naar een beheerder en uit het donker komt iemand opdagen. Ja, het is prima, ga maar ergens staan, de camping is pas per 1 april open en tot die tijd kost het niks en zijn er geen voorzieningen.
Dat is nou net wat we zoeken! Camper neergezet, een beetje eten en even door de buien door naar het dorp. Daar is niets te beleven dus maar terug en vroeg naar bed. 's Nachts is het ontzettend slecht weer, de storm rukt de camper heen en weer en de regen klettert tegen de wanden. Dat slaapt niet lekker.

De volgende morgen is het beter en we vertrekken bijtijds. Het duurt nog ruim 3,5 uur voor we thuis zijn, het is dus maar goed dat we gisteren gestopt zijn. Het zou te ver geweest zijn.

We stoppen voor Chicane en we blijven in de auto zitten tot een enorme hagelbui voorbij is.

aantal bezoekers