Toen we laatst terugkwamen van onze reis naar Nederland, kwamen we toevallig langs Taïzé. Taïzé is van oorsprong een communauté opgericht door een Katholiek priester. Ieder jaar komen hier duizenden jongeren en ook wel oudere jongeren van alle Kerkgenootschappen uit de hele wereld om, vooral, te zingen. In

Om 20.30 uur begon de avondviering
Vol verwachting wat de dienst mij zou brengen stapte ik de kerk binnen. Dick bleef achter in de camper. De kerk was schemer verlicht en er branden vele kaarsen. Geen stoelen of banken, op een enkele na. Iedereen zat op de grond. Ik ben ook maar ergens gaan zitten met het liedboekje dat aan de ingang lag, in de hand. Om dat er niet gezegd werd welke liederen men die avond zou zingen, vroeg ik me af waarom iedereen zo goed wist wat ze moesten zingen. Tot ik op een moment vanuit mijn ooghoeken een schermpje zag met een getal er op. Ongeveer wat je bij de bakker of de slager wel eens ziet als het druk is in de winkel.
Het zingen in die kerk was een erg fijne belevenis.
Na zo'n anderhalf uur zie ik Dick opeens de kerk inkomen. Hij keek in het rond of hij mij kon vinden. Dat was niet makkelijk in een halfdonkere kerk. Ik ging dus naar hem toe en hij knikte

Dick vertelt verder..............
Nou, Diny was dus weg en ik had een rustige avond alleen in de camper. Na 30 jaar mag dat ook wel eens, nietwaar? Ik had me net een whisky in geschonken en een boek gepakt, toen er bescheiden op de deur werd geklopt en direct daarna Filou aansloeg zoals het een degelijke waakhond betaamt, alleen de volgorde had anders gemoeten.
Aan de deur stond een jongeman die me vroeg of ik van plan was om hier te overnachten en of ik me wel had aangemeld. Mijn antwoord was ja en nee. Of ik dan maar mee wilde komen naar het kantoor. Natuurlijk wilde ik dat, gezagsgetrouw als ik ben. Op het kantoor aangekomen vernam ik dat overnachten op de parkeerplaats eigenlijk niet was toegestaan, maar de jongelui die belast waren met de ontvangst en het wegwijs maken van gasten wilden graag voor ons een uitzondering maken. Ik moest beloven dat ik Filou binnen zou houden. Men was vriendelijk, vrolijk en gastvrij. Er was echter maar één probleem: ik moest even wachten. Monsieur "le patron" , de baas van het spul was gewaarschuwd en zou direct komen. Hij zou uiteindelijk beslissen of het goed was, maar volgens de jongelingen zou dat geen probleem zijn.
Eindelijk na een kwartier wachten kwam het opperhoofd binnen, keek mij aan, keek naar Filou die ik dom genoeg had meegenomen en weigerde ons toe te laten. Ik vroeg hem of hij het redelijk vond om ons 's avond om 10 uur nog de duisternis in te sturen op zoek naar een veilige overnachtingplaats. Hij had er geen boodschap aan. Toen ik wegliep keek ik nog even om naar de jongelui, ik zag ze totaal verbijsterd en hulpeloos hun schouders optrekkend mij na kijken. Ik heb even vriendelijk naar hen geknipoogd, zij hadden hun best gedaan.
Ik was vreselijk boos op die man omdat hij zijn vrijwillige goedwillende medewerkers zo volledig had genegeerd en zonder ruggespraak zijn beslissing had genomen. Zo ga je volgens mij niet met je medewerkers om.
Zo is het gekomen dat ik Diny vriendelijk heb gevraagd met mij mee te gaan.
Na een half uurtje rijden kwamen we in een dorpje langs een parkeerplaats waar al een camper stond. Daar zijn we naast gaan staan en hebben toch nog van een goede nachtrust genoten.